Ik (Maureen) zie een Grote Vlam die ik herken als de Vlam waaruit God de Vader spreekt. Hij zegt, "Ik Ben het Eeuwige Nu. Ik Ben de Schepper van Hemel en Aarde. Hoe maar Mijn kinderen, wie ik in de baarmoeder vormde, zouden groeien om Me te kennen en om Me te liefhebben. Hoe maar zij hun leven zouden vormen naar Mijn Geboden. Zoals het nu is, nemen ze alles voor zelfverstanden aan, tot aan het leven zelf. Zij zien zichzelf als de schepper van al het goede en geven mij de schuld voor elk kruis dat hen te dragen gegeven wordt."
"De onthankbaarheid die ik ontvang, overtreft ver bij de dankbaarheid. Ik heb Hemel en Aarde niet in gelijkenis van elkaar geschapen. Ik schiep Hemel als het permanente verblijf voor hen die het verdienen. In de Hemel is eeuwige vreugde en begrip van alle dingen. De Aarde is het proefveld, het slagveld tussen goed en kwaad. De Aarde is de plaats waar zielen of hun liefde aan mij bewijzen of hun zaligheid verliezen. Ik schep zielen niet om op aarde te leven, maar om door de aardse wereld heen te gaan om in Hemel bij Mij te zijn."
"Dus overschrijd ik vandaag de concepten van tijd en ruimte op mijn Feestdag om steun en liefde te verkrijgen van hen die ik geschapen heb. Geef je over aan Mij en Ik zal voor jou zorgen als de Liefdevolle Vader dat Ik ben. Eer mij als jullie Schepper."