Jezus zegt: "Ik ben je Jezus, geboren Incarnate. Kind, ik wens nu om jou te beschrijven de diepten van de ziel die verblijft in de Vierde Kamer van Mijn Heilig Hart. Zulk een ziel verlangt ernaar om in deze Kamer te zijn boven alles andere. Door zijn verlangen om met mij vereend te worden, heeft hij al zijn eigen wensen opgegeven - dat wil zeggen, zijn eigen wil. Zulk een ziel weet heel goed zijn kleinheid voor God. Hij zoekt geen lof of erkenning voor enige goede daad, want hij weet dat alle goede dingen vloeien uit God. In zijn nederigheid verlangt hij naar verborgenheid. Hij verlangt naar kleinheid in de ogen van de wereld. Zo is de ziel doordrenkt met nederigheid en sanftmoedigheid. Wanneer de ziel een beproeving ervaart, keert hij die onmiddellijk terug aan mij. Daarom delen wij elk kruis samen."
"De ziel in de Vierde Kamer van Mijn Hart kent geen angst. Hij is altijd in vrede, zelfs midden in de grootste beproeving. In ieder heden moment ziekt zulke een ziel Gods Heilige en Goddelijke Wil. De Vierde Kamer van Mijn Hart is het uiteindelijke doel van elke ziel, hoewel weinigen het bereiken. Elke kamer die deze vierde en laatste kamer voorafgaat maakt de ziel perfecte vereeniging meer en meer begeren. Deze Vierde Kamer bestaat uit de levende martelaren der liefde. Je zal dit a.u.b. bekend maken."